| |
Home
Muurovernameberekening
Plaatsbeschrijving

|
|
EPB: Energieprestatieregelgeving
De eisen op het vlak van energieprestatie en binnenklimaat
ALGEMEEN
Vanaf 1 januari 2006 is de energieprestatieregelgeving van kracht om betere energieprestaties in gebouwen te stimuleren.
Europa wil met deze minimumeisen (in het kader van het Kyotoprotocol) de uitstoot van
de broeikasgassen in gebouwen verminderen.
Dit
is niet alleen een goede zaak voor het leefmilieu, maar ook voor uw
portemonnee.
EPB - EISEN: eisen op het vlak van EnergiePrestatie en Binnenklimaat
Er zijn drie soorten EPB-eisen te onderscheiden:
- thermische
isolatie-eisen (K-peil);
- energieprestatie-eisen (E-peil);
- binnenklimaateisen (verluchting).
De thermische isolatie- en energieprestatie-eisen (1 en 2) beperken het energieverbruik
van gebouwen en hun vaste installaties :
- De thermische isolatie-eisen handelen
over de isolatie van de buitenschildelen.
- De energieprestatie-eisen handelen over
de energieverbruiken binnen deze schildelen (verbruik
verwarmingsinstallatie, afstand tussen ketel en aftappunten,...).
- De binnenklimaateisen waarborgen een goede binnenluchtkwaliteit (verluchting).
Het voldoen aan deze verschillende eisen bevordert het algemene comfort van de gebouwen.
WAAROM:
- gezond en beter leefmilieu,
- lager energiefactuur dus
jaarlijkse besparing,
- meer comfort,
- energiezuinige woning,
- meerwaarde van de woning op
de verkoop- en verhuurmarkt,
- broeikasgassen beperken,
- ...
WANNEER:
Deze eisen zijn van toepassing voor alle nieuwe gebouwen en voor alle bestaande gebouwen die verbouwd of uitgebreid worden.
De eisen zijn pas van toepassing :
- als het gebouw verwarmd of gekoeld wordt
voor mensen die er wonen, werken, winkelen, sporten,�
- als er na 1 januari 2006 een stedenbouwkundige vergunning voor de uitvoering van de werkzaamheden aangevraagd is
Naast eisen voor woongebouwen zijn er eisen voor kantoren, scholen, industri�le gebouwen, handelszaken, horeca, sportfaciliteiten, ...
Thermische isolatie-eisen
Net zoals in de huidige isolatieregelgeving zijn hierin twee eisen vervat:
- het peil van de
globale warmte-isolatie (K) van het gebouw.
- de warmtedoorgangsco�ffici�nten of de U-waarden van de constructiedelen.
Beide mogen bepaalde maxima niet overschrijden.
Het K-peil wordt berekend voor het volledige gebouw en niet per eenheid (dus bij nieuwbouw). Bij een uitbreiding van een bestaand gebouw of bij herbouw van een deel van een bestaand gebouw wordt een warmteverliesberekening van de nieuwe bouwdelen uitgevoerd (dus enkel de bouwdelen van de nieuwe constructie of het herbouwde deel)
Het volume van het bestaande deel van het gebouw wordt dus buiten beschouwing gelaten.
Energieprestatie-eisen
De belangrijkste nieuwe eis in de energieprestatieregelgeving is het voldoen aan een maximaal toelaatbaar E-peil.
Het E-peil is het peil van primair energieverbruik.
Het E-peil van een gebouw is vooral afhankelijk van de maatregelen die de ontwerper gekozen
heeft op het vlak van isolatie, ventilatie, installatie �
Door het E-peil te beperken, worden het gebouw en de vaste installaties energie-effici�nter.
Binnenklimaateisen (Verluchting)
De regelgeving verplicht het voorzien in minimale ventilatie. Daarnaast zal bij woongebouwen
het risico op oververhitting in de zomerperiode beperkt moeten worden.
De ventilatievoorzieningen voor woongebouwen moeten voldoen
aan de Belgische norm NBN D50-001 van 1991 (Ventilatievoorzieningen in woongebouwen).
Voor de ventilatievoorzieningen in niet-residenti�le gebouwen moet voldaan worden aan
de Europese normering.
Kortom, voor woongebouwen komt het hier op neer :
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen droge ruimtes en natte ruimtes.
In droge ruimtes dient er lucht toegevoerd te worden.
In natte ruimtes dient er lucht afgevoerd te worden.
De lucht dient van de droge ruimte dmv doorstroomopeningen naar de natte ruimte
gevoerd te worden.
Verschillende verluchtingsmogelijkheden
Droge ruimtes |
Natte ruimtes |
Systeem A : Natuurlijke Toevoer
|
Natuurlijke Afvoer
|
Systeem B : Mechanische Toevoer
|
Natuurlijke Afvoer
|
Systeem C : Natuurlijke Toevoer
|
Mechanische Afvoer
|
Systeem D : Mechanische Toevoer
|
Mechanische Afvoer
|
Opgelet: Steeds dienen er doorstroomopeningen tussen de verscheidene ruimtes aanwezig te zijn.
Praktische voorbeelden
Natuurlijke toevoerverluchting
|
|
|
Renson, Type: Invisivent
|
Renson, Type: Sonovent
(daktoepassing)
|
Duco, Type: Ducosmart 60
|
Doorstroomopening
|
..... 
............Renson, Type: Silendo
|
Mechanische afvoerverluchting

Renson, Systeem C+
Mechanische toevoer- en afvoerverluchting

Renson, Systeem D
Aan welke EPB-eisen moet een bouwproject voldoen?De EPB-eisen die van toepassing zijn voor een bepaald
bouwproject zijn afhankelijk :
- van de aard van de werkzaamheden
(nieuwbouw, verbouwing, functiewijziging �).
- van de bestemming van het gebouw (woning, kantoorruimte, sportcomplex, industrie ...).
Voor nieuwbouw of werkzaamheden die gelijkwaardig zijn aan nieuwbouw, zijn meer en strengere eisen van toepassing dan voor bestaande gebouwen waaraan kleinere werkzaamheden worden uitgevoerd.
Enkele uitzonderingen
- Werkzaamheden aan kleine gebouwen, waarvoor een stedenbouwkundige vergunning wordt aangevraagd zonder de tussenkomst van een architect, zijn vrijgesteld van EPB-eisen.
- Als de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning, voor een nieuw te bouwen woon-,
kantoor- of schoolgebouw (of gelijkgestelde werkzaamheden bij deze bestemmingen), wordt ingediend van 1 januari 2006 tot en met 30 juni 2006, bestaat de mogelijkheid om te voldoen aan maximum K45 of aan maximum E100 (in combinatie met de beperking van het risico op oververhitting bij woongebouwen). De eisen van maximale U-waarden en minimale ventilatievoorzieningen zijn voor deze aanvragen wel, zonder uitzondering, van toepassing.
- Aan beschermde monumenten en bestaande gebouwen die deel uitmaken van een beschermd landschap, stads- of dorpsgezicht, worden enkel EPB-eisen opgelegd aan
het deel van het gebouw dat uitgebreid of herbouwd wordt.
OPGELET : NIEUW ITEM IN DE REGELGEVING
Verplicht haalbaarheidsonderzoek voor hernieuwbare energietoepassingen en warmtekrachtkoppeling voor gebouwen groter dan 1000 m�.
WAT???
Stedenbouwkundige vergunningen, aangevraagd na 31 januari 2008, dienen een verplichte haalbaarheidsstudie te ondergaan voor nieuwe gebouwen met een bruikbare vloeroppervlakte
groter dan 1000 m�.
De resultaten van de haalbaarheidsstudie dienen gerapporteerd te worden in een speciaal webformulier, ter beschikking gesteld en gecontroleerd door de overheid.
De bedoeling is vooral de bouwheren (vanaf de ontwerpfase) te informeren over de mogelijke technieken, de subsidies en de haalbaarheid van de verschillende alternatieve energiesystemen,
zodat de resultaten nog in het definitieve ontwerp integreerbaar zijn.
Voor welke gebouwen moet een verplicht haalbaarheidsonderzoek gebeuren?
Voor gebouwen die aan volgende kenmerken voldoen:
- Nieuw op te richten (deel van een) gebouw > 1000 m� (indien het project binnen ��n bouwvergunningsaanvraag meerdere gebouwen omvat, moeten de bruikbare vloeroppervlakken samengeteld worden). Als definitie van de bruikbare vloeroppervlakken
wordt
genomen "de som van de oppervlaktes van de verschillende niveaus,
berekend tussen de buitenmuren, de oppervlakte ingenomen door de
muren zelf inbegrepen".
- Stedenbouwkundige vergunning aangevraagd na 31 januari 2008.
- Het gebouw of de betreffende delen worden verwarmd om ten behoeve van mensen een specifieke binnentemperatuur te bekomen.
- Onder nieuw op te richten (deel van een) gebouw wordt begrepen:
- nieuwbouw;
- herbouw na
volledige afbraak van een gebouw;
- herbouw na afbraak
van een deel van een gebouw;
- nieuw gebouwd
toegevoegd deel van een gebouw dat uitgebreid wordt;
- ontmanteling: de dragende structuur van het (betreffende deel van een) gebouw blijft behouden maar de installaties voor het bekomen van een specifiek binnenklimaat en minstens 75% van de gevels worden vervangen.
|
Hoe kan ik voldoen aan de verplichting om een haalbaarheidsstudie uit te voeren?
De haalbaarheidsstudie moet via een speciaal webformulier ingediend worden bij het Vlaamse Energieagentschap binnen de maand na het aanvragen van de stedenbouwkundige vergunning.
Deze studie dient ondertekend te worden door :
zowel de uitvoerder van de haalbaarheidsstudie
als de bouwheer (dient deze 3 jaar te bewaren)
Welke technieken moeten onderzocht worden?
De te onderzoeken technieken worden in functie van de gebouwbestemming en de bruikbare vloeroppervlakte bepaald.
Voor de gebouwbestemming:
- woongebouw,
- kantoorgebouw,
- schoolgebouw,
- industrieel gebouw,
- gezondheidszorg,
- bijeenkomstgebouw.
Wie voert de haalbaarheidsstudie uit?
Er zijn strikt genomen geen wettelijke regels opgenomen over wie de haalbaarheidsstudie mag uitvoeren.
Studiebureaus die zich hierop richten, vindt u terug op de bedrijvendatabank milieuvriendelijke energieproductie.
Indien wij een offerte mogen aanbieden voor een project waar zulke studie nodig blijkt, zal dit apart vermeld worden in deze offerte en eveneens worden aangeboden.
Subsidi�ringen :
- Mogelijke subsidi�ringen: meer informatie kan u terugvinden via volgende websites:
www.energiesparen.be/subsidies
www.premiezoeker.be
Algemene info en regelgeving
www.energiesparen.be
|
|